Welke typen telescopen zijn er?

Een telescoop kan op drie verschillende manieren werken, namelijk met lenzen, spiegels of een combinatie van beide. Deze verschillende typen telescopen worden ook wel reflector-, refractor- of catadioptrische telescoop genoemd. Elk type heeft zijn eigen voor- en nadelen, waardoor ze allemaal geschikt zijn voor een ander doeleinde. Wat de voor- en nadelen van deze drie typen zijn en waar je ze het beste voor kunt gebruiken, leggen we je hieronder uit.

Reflector-telescoop

Een reflector- of spiegeltelescoop gebruikt geen lenzen maar spiegels om astronomische waarnemingen te doen. Net als de refractor werd ook de eerste goed te gebruiken reflector gemaakt in de zeventiende eeuw. Dit gebeurde in 1668, de uitvinder was de beroemde Brit Isaac Newton.

Een reflector maakt gebruik van een holle spiegel, die achterin de telescoop geplaatst is. Deze spiegel kaatst de invallende lichtstralen terug en bundelt ze in een brandpunt. Dit brandpunt bevindt zich op een hulpspiegeltje, dat het licht vervolgens doorstuurt naar een oculair. Via het oculair komt het beeld op jouw netvlies. De telescoop moet zo nu en dan gecollimeerd worden, dit is het goed tegenover elkaar zetten van de spiegels.

Voor- en nadelen van een reflector-telescoop

  1. Goedkoper dan refractors van dezelfde grootte
  2. Geen last van kleurfouten
  3. Zeer geschikt voor deep sky-observaties
  1. Moet soms gecollimeerd worden
  2. Door het hulpspiegeltje zijn er minder details te zien dan bij een refractor
  3. Minder geschikt voor planeetobservaties

Refractor-telescoop

De refractor- of lenzentelescoop was 400 jaar geleden het eerste optische instrument dat voor astronomische waarnemingen werd gebruikt. Bij een refractor is voorin de telescoopbuis een lens geplaatst. Het opgevangen licht gaat door deze lens heen en wordt gebundeld in een brandpunt. Hier wordt het beeld gevormd. Een lenzentelescoop is een simpel, degelijk en optisch (bijna) perfect instrument die weinig onderhoud behoeft. Een goed gebouwde lenzentelescoop heeft maar één echte zwakte, een optische fout die wordt aangeduid met de term 'chromatische aberratie'.

Chromatische aberratie is een kleurschifting die ontstaat door het gebruik van een enkelvoudige lens. Eén lens is niet in staat om alle kleuren waaruit wit licht is opgebouwd, samen te brengen in een brandpunt. Dit heeft als gevolg dat er drie aparte plaatjes (blauw, rood en groen) ontstaan. Wanneer je probeert scherp te stellen op het blauwe deel, blijven het groene en rode maanbeeld onscherp. Dit komt tot uiting als een gekleurde zweem langs de maanrand.

Een oplossing voor dit probleem is het langer maken van de telescoop. Dit is alleen erg onpraktisch op een gegeven moment. Een andere oplossing is het plaatsen van een tweede lens van een andere glassoort dan de eerste lens. Telescopen die over deze laatste eigenschap beschikken worden ook wel achromatische refractors genoemd.

Voor- en nadelen van een refractor-telescoop

  1. Scherpe beelden van planeten
  2. Fantastische details
  3. Bij een lensdiameter tot 100 millimeter goed betaalbaar
  1. Kleurfouten (chromatische aberratie)
  2. Bij een lensdiameter boven 100 millimeter erg kostbaar
  3. Minder geschikt voor het bekijken van deep sky-objecten

Catadioptrische telescoop

Een catadioptrische telescoop gebruikt spiegels én lenzen. Je zou het de ideale combinatie van een reflector en een refractor kunnen noemen. Op deze manier is een 'ideale telescoop' ontworpen, zonder chromatische aberratie en met een korte, gesloten buis. De telescoop is hierdoor compact, waardoor je hem gemakkelijk mee kunt nemen en op kunt bergen, en beter beschermt. Een ander groot voordeel van een catadioptrische telescoop is de lange brandpuntsafstand. Deze maakt een hogere vergroting mogelijk, zonder dat hier een hoge prijs tegenover staat.

Bij een catadioptrische telescoop is achterin de buis een holle spiegel geplaatst. Deze kaatst invallende lichtstralen terug naar een dubbele holle lens, de Meniscuslens. Aan de achterkant van deze lens zit een klein laagje aluminium, dit werkt als vangspiegel. Dit wordt ook wel de Manginspiegel genoemd. Deze vangspiegel kaatst het licht door naar de hoofdspiegel, waar het via een opening naar buiten gaat en kan worden bekeken via het oculair.

Binnen het type catadioptrische telescoop heb je verschillende varianten. De Schmidt-Cassegrain is hierin de populairste. De Schmidt-Cassegrain telescopen beschikken over een andere vangspiegel waardoor er een langere brandpuntsafstand ontstaat met een kleinere beeldhoek.

Voor- en nadelen van een catadioptrische telescoop

  1. Hoge optische kwaliteit voor een betaalbare prijs
  2. Compacte, lichte telescoopbuis
  3. Geen kleurfouten
  1. Relatief duurder dan reflectors met dezelfde lensdiameter
  2. Correctielens aan voorzijde heeft de neiging te beslaan